Conjunction Fallacy

Conjunction fallacy en foute conclusies

We maken de hele dag door beslissingen. In een fractie van een seconde moeten we vaak een mening hebben of keuzes maken. Maar een verkeerde keuze maken of het trekken van een foute conclusie is zo gebeurd. Zeker wanneer je te maken hebt met de conjunctie fallacy. Hoe gaat het daar mis, en wat voor rol spelen stereotypen en de availability bias hierbij?

 

Wat is de Conjunction fallacy?

De conjunction fallacy is een denkfout bij het nemen van een beslissing waarbij je denkt dat een combinatie van twee beschrijvingen waarschijnlijker (A+B) is dan alleen één van de beschrijvingen (A).

Deze klassieke misvatting is een mentale shortcut, waarin je een oordeel velt op basis van stereotypen, in plaats van te beredeneren hoe waarschijnlijk iets is.

 

Voorbeeld: welke optie kies jij?

Dat klinkt alsnog wat onduidelijk dus hier heb je alvast een klein voorbeeldje.

Sebastiaan is 30 jaar. Hij heeft een diploma in psychologie, is een grote dierenvriend, houdt van wandelen en woont dicht bij een aantal wandelroutes.

Welke optie is waarschijnlijker?

A) Sebastiaan is een psycholoog
B) Sebastiaan is een psycholoog met een hond.

Grote kans dat je antwoord B gaf, terwijl dat antwoord niet correct hoeft te zijn.

 

Waarom is optie B onjuist?

Stelling B lijkt beter overeen te komen met de beschrijving. Systeem 1 is hier aan zet; het werkt met intuïties. Maar systeem 1 houdt er geen rekening mee dat optie B ook onder optie A valt. Waardoor A de meest accurate stelling is.

De ideale keuze zou zijn om optie 1 te kiezen (Sebastiaan is een psycholoog) omdat optie 2 (Sebastiaan is een psycholoog en heeft een hond) je een extra kans geeft om het fout te hebben.

Hoe meer opties je hebt, des te voorzichtiger moet je eigenlijk zijn om een bepaalde conclusie te trekken. Uitgebreide conclusies vereisen juist meer bewijs. Want hoe meer overladen je conclusie is, hoe zwakker het kan worden.

 

Hoe wordt het conjunction fallacy veroorzaakt?

De illusie die je hier voor de gek houdt, is dat wanneer een algemene conclusie in je stereotypen past, het voor jou als de minder logische optie kan aanvoelen.

Het probleem is dat als je het niet logisch vindt, je terugvalt op je stereotypen. Stereotypische voorbeelden zijn gemakkelijker voor te stellen, en kunnen een availability bias veroorzaken.

 

Stereotypes + availability bias = Foute conclusies trekken

 

Het Linda probleem: Het originele onderzoek

Het meest bekende onderzoek van conjunction fallacy is van Kahneman en Tversky met “het Linda probleem”. De beschrijving gaat als volgt.

“Linda is 31 years old, single, outspoken, and very bright. She majored in philosophy. As a student, she was deeply concerned with issues of discrimination and social justice, and also participated in anti-nuclear demonstrations.” – Kahneman en Tversky

Welke optie is waarschijnlijker?

  • Linda is een bankbediende.
  • Linda is bankbediende en actief in de feministische beweging.

Ik hoop dat je voor optie A hebt gekozen, en anders heb je het hele moraal van vandaag echt gemist. 😉

De meerderheid van de deelnemers aan het oorspronkelijke onderzoek koos overigens voor optie B (die een subset is van optie A, en daarom logischerwijs minder waarschijnlijk is).

 


Bronnen:
– Tversky, A., & Kahneman, D. (1983). Extensional versus intuitive reasoning: The conjunction fallacy in probability judgment. Psychological review, 90(4), 293.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *